donderdag 27 maart 2014

Onbegaanbaar gebied


Gisteren mocht ik tijdens een aandachtswandeling even tijdelijk iemands reisgenoot zijn. Heerlijk buiten zijn, in en één met de natuur. Gewoon, ruimte geven aan dat wat speelt. Wat niet goed loopt en aandacht voor wat wel goed gaat.

Al vrij snel na de eerste stappen voelt mijn reisgenoot zich op zijn gemak en samen kijken we op de kaart. Op zoek naar de route tussen hoofd en hart. Je kan aan de keukentafel of gezellig op de bank  met de aandachtgever, maar een wandeling kan fijn zijn. Niet steeds elkaar aan te hoeven kijken (omdat je naast elkaar loopt). Omdat je letterlijk de ruimte mag voelen die je op dat moment nodig hebt.

Langzaam krijg ik inzicht in de weg die hij bewandelt. De weg tussen hoofd en hart is bijna niet waarneembaar. Grote rotsblokken hebben de weg onbegaanbaar gemaakt. Er zijn al wel wat rotsblokken verschoven en aangeraakt. Wat de andere kant van de route al wel zichtbaar heeft gemaakt. Angst heeft het stuur overgenomen. De controle is uit handen gegeven. Niet meer in staat om de volgende stap helder in kaart te brengen.

We nemen even de tijd om stil te staan. Trappen op de rem. Ik vertel hem dat we met deze gedachten niet aan de slag hoeven. Hij wil dit ook niet meer. Omdat we met onze gedachten altijd in het verleden of in de toekomst zijn, laat ik hem kennis maken met een oefening die ik tot op heden nog steeds gebruik en zeer effectief is gebleken; terugkeren naar het nu. Er zijn verschillende manieren maar ik maak deze keer gebruik van de zintuigen (mijn reisgenoot is muzikant). Ik vertel: 'Onze oren horen zonder dat daar een gedachte aan te pas komt die zegt dat je moet luisteren. Onze ogen kunnen zien, zonder dat jij ze vertelt hoe. Onze neus en mond kunnen ruiken en proeven. Onze handen, vingertoppen voelen. Dat is zo. Er is geen gedachte bij nodig.  Om telkens naar het nu te gaan, keer je terug naar deze zintuigen. Richt je eerst op 1 daarna misschien op meer. Het gaat er niet om dat je een oordeel hangt aan wat je voelt. Voel, ervaar en observeer. Wat er binnenkomt is altijd in het moment nu.' We oefenen even. Ik merk op dat deze nieuwe ervaring wat met hem doet.

We mogen nog wat stappen maken en hebben aandacht voor datgene wat goed gaat. Het mooie is om steeds weer opnieuw te ontdekken, en dat zie ik bij veel mensen zo, dat als ze over datgene hebben wat goed gaat, ze spreken vanuit hun hart. Geen ruimte en tijd voor gedachten die belemmeren of beperken. De woorden die door simpel luchtverplaatsing en trillingen mijn oren binnen komen, duiden op dat het hart is wat spreekt, niets anders. Dat voel je. Hij merkt het verschil op als ik hem er op wijs. Hij heeft nog mooie dromen. Wil nog heel veel. Hij neemt mij mee in wat hij graag wil. Ik hoor wat hij zegt en vraag hem het willen eraf te halen. Alles is er namelijk al. Hij lacht.

Zo komt er ook weer een einde aan de wandeling. Heerlijke stappen mogen zetten met aandacht. Hij bedankt me voor de bijzondere wandeling en zegt dat hij het aan iedereen gaat aanbevelen. Dankbaar voor zijn woorden, dankbaar voor mijn voeten die mij hebben gedragen, dankbaar dat we elkaars reisgenoot mochten zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen